Signaleren, en dan?

Hoe gebruik je de Signalenkaart?

De signalenkaart is een praktisch hulpmiddel voor professionals die signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling willen herkennen én bespreekbaar maken. De kaart helpt je om breed te blijven kijken: niet alleen naar één persoon of situatie, maar naar het geheel. Neem alle signalen serieus, ga uit van wat je waarneemt en bespreek je observaties met collega’s.

Let op: signalen zijn nooit een bewijs op zichzelf. Ze kunnen wijzen op geweld, maar dat hoeft niet. Blijf zorgvuldig en ga het gesprek aan – met een open houding en zonder oordeel. Geweld is vaak wederkerig: iemand kan zowel slachtoffer als pleger zijn. Kijk daarom goed naar de rollen die mensen vervullen; deze kunnen wisselen.

Je kunt de kaart digitaal invullen en opslaan als PDF. Deze PDF helpt je bij het doorlopen van de stappen van de Beschermingscode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling.

Gebruik de signalenkaart als startpunt voor verdere actie. Blijf alert, werk samen en handel zorgvuldig.

Tips bij het signaleren

  • Ga uit van wat je waarneemt: Wat zie je? Wat hoor je?
  • Stel open vragen: bijvoorbeeld “Hoe gaat het thuis?” of “Wat gebeurt er bij jullie als jullie ruzie hebben?”
  • Gebruik begrijpelijke taal: sluit aan bij de leefwereld van mensen, vermijd vakjargon.
  • Documenteer neutraal en feitelijk: beschrijf gedrag zonder oordeel, onderbouw uitspraken met feiten.
  • Werk samen: toets je observaties, blijf alert en handel zorgvuldig.

Signaleren, en dan?

Geweld in relaties speelt zich vaak in het verborgene af. Signalen zijn niet altijd zichtbaar of duidelijk te herkennen. Slachtoffers en plegers kunnen zich schamen of bang zijn voor de gevolgen, waardoor geweld verborgen blijft. Dit maakt het signaleren complex en vraagt om sensitiviteit, kennis en vaardigheden.

Professionals ervaren vaak handelingsverlegenheid: twijfel over de inschatting van de situatie, angst om het erger te maken, of gebrek aan vertrouwen in eigen kunnen. Signaleren begint vaak met vermoedens en is te vergelijken met het leggen van een puzzel. Kijk naar feiten, uitspraken, context en eigen emoties. Een simpele vraag als “Hoe gaat het thuis?” kan al veel losmaken.

Gebruik taal die aansluit bij de leefwereld van mensen en kinderen. Vermijd systeemtaal. Documenteer gedrag feitelijk en neutraal, en onderbouw beweringen met observaties. Onzorgvuldige rapportage kan schadelijk zijn voor het verdere hulpverleningstraject.

De vernieuwde signalenkaart (2025) helpt professionals om systematisch stil te staan bij wat zij hebben gezien, gehoord of gevoeld. Door waarnemingen te koppelen aan signalen en risicofactoren ontstaat een beter beeld van de situatie. De kaart is gekoppeld aan de Beschermingscode en leidt gebruikers stap voor stap door het afwegingskader: ga je zelf het gesprek aan, schakel je hulp in, of doe je een melding?

De signalenkaart biedt structuur, vermindert handelingsverlegenheid en vergroot de kans dat slachtoffers tijdig passende hulp krijgen. Het helpt je om niet alleen te kijken naar blauwe plekken of spanningsklachten, maar naar de mens achter het signaal – met diens unieke context en kwetsbaarheden

Beschermingscode

Kijk voor meer achtergrondinformatie over de diverse stappen op nomasnomore.nl en vraag binnen je eigen organisatie naar het protocol beschermingscode huiselijk geweld en kindermishandeling.

Stap 1. In kaart brengen van signalen

Breng de signalen die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of ontkrachten in kaart en leg deze vast.

Mogelijk zijn er zaken die niet op de kaart genoemd zijn, maar die jou wel zorgen baren. Deze kun je meewegen bij het besluit om wel of niet te melden. Wij adviseren je terughoudend te zijn met signalen die je niet zelf hebt waargenomen en waar mogelijk deze personen te stimuleren zelf de stappen van de meldcode te zetten of contact op te nemen met het Advies- en Meldpunt. Voer de kindcheck of mantelzorgcheck uit als je met kwetsbare adolescenten, volwassenen en/of ouderen werkt die in een (medische) situatie verkeren die minderjarige kinderen of partners (ernstige) schade kan toebrengen.

Kindcheck

De kindcheck is aan de orde als een volwassen of adolescente cliënt in een (medische) situatie verkeert die minderjarige kinderen (ernstige) schade kan veroorzaken. De kindcheck houdt in dat je je bij bepaalde groepen volwassenen nagaat of zij voor minderjarige kinderen zorgen en of kinderen daar veilig opgroeien. Denk bijvoorbeeld aan cliënten met ernstige psychische problemen, drugs- of alcoholverslaving of met een gewelddadige partner. Ga bij deze groepen cliënten ook na of zij zwanger zijn. En bij adolescente cliënten met dergelijke problemen ga je na of zij minderjarige broers of zussen hebben met wie zij in een huis wonen.

Stap 2. Collegiale consultatie

Bespreek de signalen met een deskundige collega of in een teamoverleg. Vraag zo nodig ook advies aan het Advies- en Meldpunt. Leg de uitkomsten van de collegiale consultatie en/of het gegeven advies vast in het cliëntdossier. Schrijf op met wie, wat en wanneer je dit besproken hebt.

Stap 3. Gesprek met de cliënt

Bespreek de signalen met de cliënt. Heb je ondersteuning nodig bij het voorbereiden of het voeren van het gesprek met de cliënt, raadpleeg dan een deskundige collega en/of het Advies- en Meldpunt.

  • Leg de cliënt het doel uit van het gesprek;
  • Beschrijf de feiten die je hebt vastgesteld en de waarnemingen die je hebt gedaan;
  • Nodig de cliënt uit om een reactie hierop te geven;
  • Kom pas na deze reactie zo nodig met een interpretatie van hetgeen je hebt gezien, gehoord en waargenomen.

Stap 4: Wegen van het geweld aan de hand van afwegingskader

Weeg op basis van de signalen, van het ingewonnen advies en van het gesprek met de cliënt de aard en ernst van het huiselijk geweld en/of kindermishandeling, middels het afwegingskader. Weeg eveneens de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. Je kunt gebruik maken van risicotaxatie-instrumenten, als deze in jouw organisatie beschikbaar zijn.

Inventariseren

  • Beschik ik over alle relevante informatie?
  • Heb ik alle betrokkenen gesproken, ook de kinderen?
  • Heb ik alle stappen gezet?
  • Heb ik alle informatie vastgelegd in het dossier?

Wegen

  • Weeg met behulp van het afwegingskader, op basis van alle informatie en alle gevoerde gesprekken, het risico op onveiligheid en de ernst van de onveiligheid
  • Raadpleeg in alle gevallen van twijfel (opnieuw) het advies- en meldpunt HGKM

5. Beslis: hulp bieden/organiseren of melden

Zelf hulp verlenen zonder melding is mogelijk als je als professional:

  • In staat bent om effectieve en passende hulp te bieden of te organiseren;
  • de cliënt en andere betrokkenen deze hulp wensen; én
  • degene die de hulp gaat bieden in staat is om te volgen of de geboden hulp tot duurzame veiligheid leidt.

Het doen van een melding is raadzaam als:

  • de cliënt en/of andere betrokkenen de hulp die je biedt of organiseert niet wensen; óf
  • de (lopende) hulp onvoldoende waarborgen biedt voor de veiligheid van de cliënt en zijn gezinsleden óf als je vanwege de aard en ernst van de signalen en/of de uitkomst van de kindcheck, niet in staat bent om passende en effectieve hulp te bieden die leidt tot duurzame veiligheid.

Stel de cliënt op de hoogte van de melding als je hem daarover nog niet eerder hebt geïnformeerd. Ook hier geldt dat het informeren van de cliënt alleen achterwege kan blijven als er concrete aanwijzingen zijn dat dit kan leiden tot veiligheidsrisico’s voor de cliënt, zijn gezinsleden of voor jou zelf. Bijvoorbeeld als er signalen zijn dat de cliënt nog gewelddadiger zal worden ten opzichte van zijn slachtoffer als hij hoort dat het slachtoffer met hulpverleners heeft gepraat of als de professional op basis van eerdere ervaringen met de cliënt vreest dat de cliënt geweld tegen hem zal gaan gebruiken.

Inhoud melding

  • de feiten die aanleiding geven tot de melding;
  • de reactie van de cliënt op deze feiten;
  • als er geen contact is geweest met de cliënt waarom dit niet mogelijk was;
  • wat de melder verwacht met de melding te bereiken.

Signalen van huiselijk geweld worden soms over het hoofd gezien. Daarom is deze signalenkaart ontwikkeld. Deze bevat signalen die kunnen gelden voor het slachtoffer en de pleger en kunnen wijzen op huiselijk geweld. U treft in deze kaart per leeftijdsgroep een overzicht aan van signalen die kúnnen wijzen op huiselijk geweld. Sommige signalen kunnen ook wijzen op andere problemen. Er is bijna nooit sprake van één enkel signaal. Meestal zult u meerdere signalen tegelijkertijd herkennen.